HÉT INDISCH MAANDBLAD
69e JAARGANG
• NR. 12 • juni 2025 • € 6,75
Alles over
Petjoh
Anak Indië,
de nieuwe
documentaire van
Hetty Naaijkens
Taalschatten- VO O R WO O R D -
In beweging
n het gekke is dat ik daar een heel dubbel gevoel
bij heb. Aan de ene kant lucht het me op, dat onze
taal ontwikkelt. Dat we bijvoorbeeld geen mensch
meer zeggen en schrijven, maar mens. Ik kan
enorm genieten van oude Polygoonjournaals.
Voor de jongere lezers onder ons: Het Polygoonjournaal
is een verzamelnaam voor twee Nederlandse bioscoopjournaals, te weten Neerlands Nieuws en Polygoon
Wereldnieuws, die tot 1987 werden gemaakt. Zat je in
de bioscoop, dan werd je even bijgepraat. Dit gebeurde
lange tijd door Philip Bloemendal, zijn stem is onlosmakelijk aan het Polygoonjournaal verbonden.
Als ik luister naar die oude journaals, zoals bijvoorbeeld
een aflevering uit 1946 met nieuws uit Indonesië die op
YouTube te vinden is, dan ben ik toch blij dat er in de
huidige journaals niet meer zo formeel gesproken wordt.
In die aflevering wordt verteld over een herdenking:
‘In tegenwoordigheid van de luitenant gouverneurgeneraal, officieren en nabestaanden van geëxecuteerden, vindt op de begraafplaats Antjol te Batavia een
plechtige herdenking plaats van verzetslieden en strijders
die tijdens het Japanse regime ter dood zijn gebracht.’
Hoort u de stem van Bloemendal al?
Maar hoe fijn ik het vind dat wij minder archaïsch spreken
en schrijven, zo moeilijk vind ik het om zelf mee te bewegen met de huidige veranderingen in de taal.
Zo zeggen mensen steeds vaker ‘hun hebben het gedaan’, grammaticaal incorrect natuurlijk en ik krijg er de
kriebels van. En mijn kinderen spreken naast keurig ABN
ook een straattaal met hun vrienden en gebruiken daarbij
woorden waarvan ik het bestaan niet wist.
‘Bro, ben je yusu? Ik vond het altijd al een NPC.’ Waarbij
yusu een afkorting is van seryusu, Surinaams voor ‘serieus’. En een NPC is een Non Playable Character - iemand
die niet voor zichzelf kan denken, niet origineel is. Als ze
tegen mij beginnen met yusu, dan spreekt mijn blik voor
zich: ‘serieus?’
En toch vind ik het jammer dat een oude taal als het
Petjoh verdwijnt. Logisch, want het land waar die taal in
is ontstaan, is niet meer. En dus ook niet die dagelijkse
mengeling van Maleis en Nederlands en al die andere
dialecten en talen uit Nederlands-Indië die ervoor zorgden dat het Petjoh kon ontstaan en ontwikkelen.
Bovendien spreekt niemand de taal meer.
Ja, er wordt nog wel eens een woordje of zinnetje uitgewisseld tussen Indischen onder elkaar. Maar dagelijks
taalgebruik? Zeker niet. Dus is misschien wel logisch dat
Petjoh iets uit het verleden wordt.
De moraal van dit voorwoord? Taal is fluïde, taal verandert, we gebruiken woorden uit andere culturen en talen
die ons taalgebruik verrijken, waardoor we ons nog beter
kunnen uitdrukken en kunnen communiceren. We maken
de taalregels makkelijker, ook al overtreden we daarbij de
huidige regels van de grammatica. Aan ons om te bepalen welke regels we te belangrijk vinden om los te laten,
welke woorden we toevoegen aan de Van Dale, welke
woorden en talen we willen blijven gebruiken.
En als je bedenkt dat je dat allemaal met taal kan doen,
dan rest eigenlijk maar één conclusie: wat is taal mooi.
Foto: Ashley de Groot
E
Taal is fluïde. Door de eeuwen heen is de taal die wij spreken
veranderd, verrijkt, of verarmd misschien wel. Maar in ieder geval
beweegt onze taal met ons mee.
3Inhoud
ACHTERGROND
Piekerans van een eindredacteur
Boekoe of Buku, Tjendol of Cendol en
10
Bandoeng of Bandung? Hoe dan?
De maandelijkse hoofdbrekens bij
het maken van een Indisch maandblad.
HISTORISCH
16
20
Hollandse na-aperij van het Indische Petjoh
Een duik in de waarderingsgeschiedenis
van de taal van de kleine Indo.
Op een dah ...: Tjalie Robinson en Petjoh.
INTERVIEW
De taal van de geesten
34
De Indonesische mysticus Om Hao,
die Nederlandse geesten uit het koloniale
verleden thuisbracht.
40
46
Atjar, kroepoek en pisang
Een kijkje in het atelier van beeldend
10, 20, 26, 40
kunstenaar Gracia Khouw.
Anak Indië
De nieuwe documentaire van
Hetty Naaijkens.
BOEKOE
26
Greep uit de kast
32
Blikvangers uit de Indische bibliotheek
Indische collectors items.
Thom Hoffman over Indonesië vrij.
COLUMN
15
24
35
39
53
4
Alide Wormser: De kracht van taal.
Frans Leidelmeijer: Vertaalslag.
Aubrey van Leeuwen:
Oma’s klankspraak.
Esmay Usmany: Sprakeloos.
Liz Pikart: Indonesisch op z’n Indisch.
34SERIE
44
Belanda tussen de Indo’s
Thuis heerste de orde en tucht
van het KNIL.
MAKAN
32
46
54
Julia’s studententoko
Maluku, de pure keuken van de Molukse
eilanden
56
Het nieuwste kookboek van Carl LemettePolhaupessy en Mas van Putten, het resultaat uit hun liefde voor eten en reis naar
de Molukken.
IEDERE MAAND
6
8
9
50
51
Nieuwtjes
Indopuzzel
Oleh Oleh
Belanja in de Moessonshop
Nieuws uit de winkel
62
Anak Moesson: met Lauren, talige weetjes
64
Gezien: Tussen wal en schip.
65
66
67
en alles over de pentjak silat-workshop.
Geruisloos Indisch.
Beleven
Ting Ting
Colofon
56
Cover Depositphotos: akesin.
5Piekerans
- AC H T ER G R O N D -
van een eindredacteur
10Een heel nummer over taal? Het idee sluimerde al een tijd,
want een eindredacteur van een Indisch blad heeft het niet gemakkelijk.
Een e-mail van een lezer maakte een stroom van gedachten los.
Door Ricci Scheldwacht
E
indredacteur zijn bij een Indisch blad
is geen pretje. Zo, dat is eruit.
Want in elk stuk dat op de redactie
binnenkomt staat wel een woord dat
tot hoofdbrekens leidt: Hoe schrijven we het? Is het Bandoeng of Bandung?
Boekoe of buku? Potjo potjo of poco poco?
Tjendol of cendol? Adoeh! Of toch Aduh?!
Sommige lezers zullen nu vast hoofdschuddend denken: ‘Wat een domme vragen, seg! Natuurlijk kies je voor de eerste
varianten van de hierboven genoemde
woorden. Want Moesson is, zoals in de
eerste zin van dit stuk staat, een Indisch
blad. Geen Indonesisch blad, toh? Tolol …
Kasian (of is het kassian?), die fen, hij weet
niet …
Lezers die dat denken vinden vast ook dat
we de woorden moeten schrijven, zoals ze
werden geschreven in de tijd dat Indonesië
nog een kolonie was van Nederland en
daarom Nederlands-Indië werd genoemd.
Oké, beste lezer die het daar absoluut niet
mee eens is: adem diep in en weer diep uit
en houd deze gedachte even vast.
Het punt is: Moesson is natuurlijk Moesson, een Indisch maandblad, correctie:
hét Indisch maandblad, dat volgende
maand zijn 70ste jaargang ingaat.
Een blad met een vaste schare trouwe
abonnees, die al heel lang lid zijn, zoals ze
zelf zeggen als ze naar de redactie bellen.
Zoiets schept verplichtingen. Dan bedenk
je je wel tweemaal om al te grote veranderingen door te voeren. Je gooit in elk
geval niet de spelling zomaar even om.
Dus maakten we edities met het thema
‘Boekoe’ en ‘Teroes’ in grote letters op de
cover, waarna we prompt de vraag kregen
waarom daar oe’s stonden en geen u’s.
Waren wij soms een koloniaal blad dan,
dat nog steeds Tempo doeloe verheerlijkte? Hoe dan?
Wie zo over ons denkt heeft ons blad, zo is
duidelijk, al heel lang niet gelezen.
Alsof we ooit een koloniaal blad waren en
bovendien is Moesson wel degelijk met
de tijd meegegaan en dat is niet alleen
iets van de laatste paar jaren. Toch horen
we het helaas nog te vaak: ‘Moesson? Dat
lazen mijn oma en opa vroeger.’ Of nog
erger: ‘Moesson, bestaat dat nog?’
Een jaar na haar aantreden als hoofdredacteur en uitgever van dit blad vroeg Vivian
Boon aan mij of ik de eindredactie van dit
blad op mij wilde nemen.
Een van de dingen die zij als hoofdredacteur nastreefde was om meer ruimte te geven aan verhalen van lezers, zoals ook het
geval was in de tijd dat haar grootouders
het blad leidden.
Zo was Tong Tong - de voorganger van
Moesson immers begonnen - als podium
voor verhalen van lezers, die aangespoord
door Tjalie Robinson, hun zelfgeschreven
verhalen als kopij voor het blad naar hem
stuurden.
Ook wij plaatsten oproepen aan onze lezers
om verhalen in te sturen. Bijdragen van
maximaal 500 woorden over een bepaald
onderwerp. Dat leverde een aantal leuke
stukken op: over sporten in Indië, huisdieren in de tropen en een prachtige serie
verhalen over power neneks.
Het maken van deze producties had
wel wat voeten in de aarde. Niet alle
inzendingen waren goed genoeg
om zo in het blad af te drukken.
Daar moest eerst wel een grondige
redactie aan voorafgaan. Soms
waren inzendingen gewoon niet goed
‘Is het Bandoeng
of Bandung?
Boekoe of buku?
Potjo potjo of
poco poco?
Tjendol of cendol?
Adoeh! Of toch
Aduh?!’
11- H I STO R I S C H -
Hollandse na-aperij van het Indische Petjoh
Minderwaardig. Inferieur. Onbeschaafd. Zo werd er door de Hollanders
in het koloniale Nederlands-Indië naar het Petjoh gekeken. Sinds het begin van
de 19e eeuw verschenen er publicaties waar Indo’s die het spraken werden nagedaan
en belachelijk gemaakt. Met als gevolg dat Indo’s er zelf ook afstand van
begonnen te nemen. Max Rooyackers (24) dook in de waarderingsgeschiedenis
van de taal van de kleine Indo.
Door Max Rooyackers
I
tu Mijnheer kurang opvoeding!’
Oftewel, die man mist opvoeding! Zo spotte een
Duitser over het Petjoh, de taal van de Indo’s, al in
1829. Misschien hebben lezers ook wel eens een
Indische oom of tante met een grappig accentje
nageaapt als onschuldig grapje, of misschien een
bekende Indo zoals Tante Lien. Maar vroeger waren
dat soort grappen cynischer en gemener.
16
De Duitser uit 1829 bedoelde zijn uitspraak dan ook
niet als onschuldig grapje, maar om te laten zien hoe
dom en achtergesteld Indo’s waren.
Het Petjoh is bekend onder een wijde variëteit van
namen. Pecok, Pecu’, Petjohk, Petjoh, Petjo, noem
maar op. Waar de term oorspronkelijk vandaan komt is
onduidelijk. Mogelijk komt het van petjoek, een zwarteSpraken zij Petjoh? Djago’s rond een Harley Davdson. Collectie IWI, Wereldmuseum.
aalschover als referentie aan de huidskleur van Indo’s,
of petjok, wat gedeukt betekent. Beiden woorden
komen uit het Maleis. Petjoh duidt eigenlijk niet op één
taal, maar op een verzameling mengtalen met sterke
lokale kleuren.
Elke stad kende een eigen variant, waarbij de grammatica meestal gebaseerd was op het Maleis of Javaans,
terwijl de woordenschat grotendeels Nederlands was.
In Semarang bestond het Javindo met Javaanse invloeden, terwijl in Batavia Maleise, Chinese, en Portugese invloeden sterker waren. Zelfs het weeshuis van
Pa Van der Steur in Magelang had een eigen mengtaal,
namelijk Steurtjestaal, net zoals de militaire school
voor Indische kinderen in Gombong, waar het Poepilsch werd gesproken.
De eerste van deze mengtalen ontstonden rond 1800,
toen het Maleis het Portugees verving als universele
taal in de archipel. Er waren toen nog nauwelijks Nederlanders en Nederlandse scholen. De meeste Indo’s
hadden het Maleis als moedertaal, of een mengelmoes
van talen die hun gemengde afkomst weerspiegelde,
wat zich ontwikkelde tot het Petjoh. Pas tegen het
einde van het 19e eeuw begon het Nederlands zich
langzaam onder veel Indo’s te wortelen.
De Nederlanders noemden de mengtalen ‘krom Hollandsch’ en weigerden ze als taal te erkennen.
Kromspreken stond gelijk aan kromdenken en degeneratie, waartegen de Nederlandse beschaving beschermd moest worden. Het Nederlandsch leesboek
voor de lagere school uit 1889 claimt dan ook dat het
Indische kind even knap en snel kan leren als Nederlandse kinderen, zolang zij maar goed Nederlands
leren. De gebrekkige ontwikkeling van Indo’s werd
dan ook geweten aan het Petjoh. Voorstanders van
de emancipatie van de Indo drongen bijna altijd aan
op het verbeteren van het Nederlands taalgebruik als
belangrijkste middel om hen uit de armoede te helpen.
Het Petjoh moest dus bestreden worden, met alle
mogelijke middelen en manieren, om te voorkomen
dat het Petjoh zich wortelde zoals het Afrikaans in
Zuid-Afrika. Dit gebeurde via verbeterd Europees
onderwijs, maar ook via de Indische entertainmentwereld. Nederlanders begonnen Petjoh na te apen als
cynische satire, de taal die geen taal was volgens hen,
om de verspreiding ervan te stoppen. Het was een
tegenstrijdig fenomeen, omdat de taal die zij wilden
laten uitsterven daarmee tegelijkertijd een podium
kreeg. De sterke discriminatie van Petjoh-sprekers had
als resultaat dat Petjoh zich nooit tot geschreven taal
heeft ontwikkeld in de koloniale tijd.
17De taal
van de geesten
34